Wanneer je ons rechtssysteem benadert vanuit een principieel logisch perspectief dan komen er vier principes naar voren; vier grondbeginselen die ons juridische bouwwerk ondersteunen en waarnaar elke rechtsregel is terug te leiden.
Deze grondbeginselen bieden weliswaar onvoldoende houvast om uw gelijk te halen bij de rechter – daar heeft u meestal juridische bijstand voor nodig -, maar ze geven wel stevige aanknopingspunten om te bepalen of een overheidsmaatregel binnen ons rechtssysteem past en of u er bewust aan wilt meewerken of niet.
In deze korte film worden de Vier grondbeginselen behandeld zodat u kunt beredeneren wat u eigenlijk al op uw klompen aanvoelt: wat recht is en wat niet.

(De) Vier Grondbeginselen
Beginsel 1: Iedereen is gelijkwaardig.
Niemand is de baas, iedereen is zijn eigen baas dus gelijkwaardig. U bent uw eigen baas, u bent eigenaar van uzelf. Een ander is niet uw baas en ook geen eigenaar van uw leven, of wat u met dat leven doet. U bent vrij geboren en degene die inbreuk op die vrijheid wil maken zal moeten aantonen dat hij daartoe het recht heeft. (grondrechten)
Beginsel 2: DO NO HARM
Breng geen (fysieke) schade toe aan een ander of zijn eigendom.
Dit is de basis van ons strafrecht. U mag alleen dingen doen die onschadelijk zijn voor een ander – uw vrijheid eindigt waar die van een ander begint. U mag de fysieke vrijheid van een ander dus niet inperken. En zo komen we op het volgende punt.
Beginsel 3: U mag zichzelf beschermen
Wanneer een ander u aanvalt, dan mag u de vrijheid van die ander inperken en hem zelfs in het geval van nood uitschakelen, maar dan moet die ander wel aantoonbaar een (fysiek) gevaar voor u zijn of van plan zijn om u (of uw eigendom) fysiek te schaden.
En u bent alleen bevoegd tot defensief geweld.
Uw geweld is alleen gerechtvaardigd als het: (1) noodzakelijk, (2) proportioneel en (3) effectief is, en (4) u de minst schadelijke oplossing hebt gekozen.
U mag zichzelf beschermen en die bevoegdheid kunt u dus overdragen aan bijvoorbeeld politiemensen, maar u kunt ook een veiligheidsdienst inhuren. De bevoegdheid tot defensief geweld kan je dus mandateren.
Even ter herinnering: als u iemand mandateert – bevoegdheden geeft – om namens u op te treden, klusjes te doen en zaken te regelen dan mag die man of vrouw niemand daarbij schaden, ook niet als hij minister is, of agent, of wat dan ook.
Hoe zit het dan als de politie de orde moet handhaven? Dan mag het natuurlijk alleen als het defensief geweld is, want u bent alleen bevoegd tot defensief geweld en dat geldt dus ook voor de overheid en ook voor de politieman. De politie ontleent haar bevoegdheid aan het mandaat dat u verleent. U bent alleen bevoegd tot defensief geweld en dat geldt dus ook voor de politie.
Beginsel 4: U mag met een ander alles afspreken wat u beiden maar willen.
U kunt alles met een ander, in vrijheid, afspreken wat u wilt. Als u met een ander (of anderen) in vrijheid en goed geïnformeerd een afspraak maakt, dan strekt zo’n overeenkomst partijen tot wet: ik spreek wat met u af dan moeten u en ik me daaraan houden. LET OP ! U kunt geen afspraken maken voor een ander. (contractrecht)
U kunt ook niet met een ander iets afspreken voor een derde. Zo simpel geldt dat ook voor de overheid, die mag ook niet van alles afspreken voor een ander. En dat mag ook niet als andere mensen zeggen “dwing ze maar”. De vrijheid van een ander is niet weg te stemmen.
U mag alles afspreken met een ander, maar u mag geen afspraak maken voor een ander, tenzij… die ander daar toestemming voor geeft.
Zo eenvoudig — en zo doordacht — zijn de grondslagen van ons rechtssysteem. Het is belangrijk dat we dat inzien en ernaar gaan handelen.
Dat is het doel van deze site.